Gepost door: janvanrenesse | 14/05/2009

Uit de krant ….

leerpiramide

Leerpiramide in het onderwijs bestaat niet

Artikel van Bas Jongenelen, docent Fontys Lerarenopleiding Tilburg.

Bron: © Trouw 2009 – Publikatie 14 mei 2009.

Het Nederlandse onderwijs kent vele varianten. Van basisonderwijs tot en met universiteit kun je kiezen uit openbaar, katholiek, Montessori, en nog andere mogelijkheden. Je zou denken dat al die verschillende scholen ook variëren in pedagogisch-didactisch uitgangspunten – dat blijkt echter niet zo te zijn. Op nagenoeg alle schoolsoorten wordt van de ’leerpiramide’ uitgegaan. Dat is ten onrechte want de leerpiramide bestaat niet.

Wat is de leerpiramide?

Dat is een handig model waaruit zou blijken dat leerlingen en studenten maar 5 procent leren van een klassikale les, 10 van een boek, 20 van een audiovisuele presentatie, 30 van een demonstratie, 50 van een discussie, 80 van oefeningen en 90 van zelf uitleggen. Op het eerste gehoor klinkt dit logisch. Bovendien ziet de leerpiramide er aantrekkelijk uit, mensen houden van piramides.

De leerpiramide dook in 1946 voor het eerst op. Een zekere Edgar Dale opperde de gedachte dat je pas echt iets leert als je het voor je beroep nodig hebt. Als iemand iets gewoon tegen je vertelt, dan is de kans groot dat je het weer vergeet.

In 1969 werden de ideeën van Edgar Dale herdrukt. Snel namen pedagogen deze overwegingen over. De percentages werden erbij verzonnen en de ene na de andere onderwijskundige gaat uit van de waarheid van de leerpiramide. En dat terwijl de leerpiramide niet op empirisch onderzoek gebaseerd is, er is geen onderzoek gedaan naar de waarheid van Dale’s piramide.

Nu kom ik op het punt waar ik het eigenlijk over wil hebben. De leerpiramide is de basis van alle onderwijshervormingen van de afgelopen twintig jaar. Volgens de onderwijsvernieuwingen moeten leerlingen in groepjes praktische opdrachten uitvoeren – leren door doen. Er zijn in het moderne onderwijs amper klassikale lessen, leerlingen en studenten ’construeren zelf hun kennis’.

Wanneer leerlingen zelf hun kennis construeren, dan is de docent die voor de klas staat niet meer nodig. De docent kan opzij en maakt plaats voor een coach die de leerling begeleidt. De coach legt niets uit, want van uitleg blijft volgens de leerpiramide maar 5 procent hangen. Maar wat als er geen grond is voor die leerpiramide? Blijft er dan nog iets over van deze didactische aanpak? Nee.

Ik pleit daarom voor de terugkeer van de vakinhoudelijk hoogopgeleide docent die goed uit kan leggen. De docent moet weer terug in de klas waar hij samen met de leerlingen werkt aan de leerstof. Alle didactiek die op basis van de leerpiramide ontwikkeld is, kan wat mij betreft weggegooid worden. Er is geen enkel bewijs voor die leerpiramide, dus is het nutteloos om op zo’n gedachtespinsel ons onderwijs te baseren.

http://www.trouw.nl/opinie/podium/article2758210.ece/Leerpiramide_in_het_onderwijs_bestaat_niet_.html

Advertenties

Responses

  1. Erg leuk artikel, heb zelf ook gereageerd hierop omdat ik het wel met de stelling eens ben. Handig dat je die categorie Onderwijs in het nieuws erbij hebt!

  2. Boeiend en prikkelend artikel inderdaad. Het klopt, voor die piramide is geen enkel bewijs. De piramide (’t is overigens een driehoek 🙂 is in zijn oorspronkelijke vorm anders bedoeld, de percentages zijn er laten bijverzonnen. Overigens vind ik het op sommige punten wat kort door de bocht, maar in de laatste alinea is de kern wat mij betreft ‘samen’ en ‘werken aan’. Vergelijk de vijfhoek van Jonassen.

  3. Ik heb, al veel langer geleden, ergens in een boek gelezen dat je een onderwijscurriculum maar 1 keer in de honderd jaar moet willen veranderen. Heeft indruk op gemaakt.
    Naast de verandering van methode van onderwijs speelt ook de discussie over de verandering van de inhoud van onderwijs. Als we dezelfde inhoud als van jaren terug met de moderne methoden zouden kunnen overbrengen, dan hebben we een win-win situatie.

  4. Ik herken het pleidooi aan het einde van het artikel. Op de school waar ik nu lesgeef, is een sterke vraag naar academisch geschoolde docenten. De vakkennis van deze docenten is volgens de school nodig om de vakken inhoud en diepgang te geven. Vooral in de sectie natuurwetenschappen wordt dit een belangrijk punt de komende jaren.

    Is dit dan gelijk het einde van de tweedegraads docent voor natuurwetenschappen?

    • Hoop van niet. Ben eerder voorstander van zij-instromers. Die kunnen theorie afwisselen met praktijk voorbeelden. Mijn ervaring is dat je prachtige formules op het bord kan schrijven maar dat leerlingen het pas een beetje helder krijgen als theorie wordt gekoppeld aan praktijk. Dat is een vergelijkbaar effect wanneer je practicum doet.

      • Toch begrijp de opmerking vanuit de school wel. Je haalt toch mensen binnen met een brede algemene ontwikkeling en meer levenservaring.
        Dit geldt natuurlijk ook voor zij-instromers, die over het algemeen ook iets ouder zijn.

        Twaalf jaar geleden had ik niet voor de klas moeten staan. Wat weet je nu helemaal op je twintigste…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: