Gepost door: janvanrenesse | 12/06/2009

In de media

NRC_Next 12 juni2009 kop

bron: NRC Next 12 juni 2009

Het aantal leraren per leerling is de laatste tien jaar alleen maar toegenomen.

Maar ze zijn steeds minder les gaan geven. Daarom lijkt er een tekort te bestaan.

Twintig miljoen euro maakt de mi­nister van onderwijs, Ronald Plasterk, vrij voor vernieuwende ex­perimenten die scholen moeten hel­pen bij het ondervangen van het lera­rentekort. Denk daarbij aan assisten­ten die nakijkwerk overnemen, zodat de leraar meer tijd krijgt voor het les­geven. Of de inzet van Wikiwijs en se­rious gaming waarmee leerlingen zelf leren. Dit alles zal de kwaliteit van bet onderwijs of het werkplezier van leer­krachten niet negatief beïnvloeden.

De werkdruk zal ook niet toenemen, aldus het persbericht afgelopen week van OC&W. Leuk bedacht en bovendien sympa­thiek gepresenteerd, dit plan. Maar daarmee blijft het bizar; er is name­lijk geen lerarentekort. Natuurlijk, het drama van de volle klassen zonder docenten gijzelt de berichtgeving over het onderwijs inmiddels ruim tien jaar. En sinds rond 1997 de eerste meldingen van een lerarentekort in de media opdoken is de toon alleen maar onheilspellender geworden.

NRC_Next 12 juni2009 grafiek

Maar de cijfers geven een ander beeld. Het Centraal Bureau van de Statistiek telt het aantal leerlingen per fulltime leraar. In 1998 stonden in het voortgezet onderwijs tegen­over 65.800 voltijdbanen 884.470 leerlingen. Vandaag de dag genieten 941.470 leerlingen van de aandacht van 85.800 voltijdbanen. Het aantal leerlingen per werknemer daalt van 1998 tot 2008 van 13,44 naar 10,97, toch een afname van een kleine 20%.

Terwijl de kranten schrijven over personeelstekorten, daalt in feite de arbeidsproductiviteit. Recent onder­zoek van het onderzoeksinstituut Re­gioplan bevestigt dit en levert tevens de verklaring; docenten besteden steeds meer tijd aan niet-lesgebonden taken. ze staan gemiddeld nog maar 38 procent van de werktijd daadwer­kelijk voor de klas. Kortom, het voort­gezet onderwijs beeft meer dan vol­doende lescapaciteit, maar wenst die niet aan te wenden.

Tja, hoe kan dat nou? Een voor­beeld. Vorige week was op mijn school de lesurenverdeling voor het komend schooljaar. Een jonge, veel­belovende collega vroeg hoe bet zat met haar niet-lesgebonden taken. Graag wilde ze minder lesgeven en andere dingen gaan doen. Deze jonge docente denkt dat het zo boort, want ze neemt deze instelling overal om zich heen waar. Dus sluit ze zich ge­willig aan bij het leger van oplei­dingsdocenten, zorgcoördinatoren, taalregelaars, rekenhulpen en loop­baancoaches. Er zijn zelfs leraren die leven met de illusie dat ze autisten van hun stoornis kunnen genezen.

Het ergste is: dit zit in het systeem opgesloten. De waanzin begint boven in de keten. De politiek inventariseert nationale onderwijsbeboeften. Be­stuurders dikken die graag aan, want dat is goed voor het budget en de sta­tus van de organisatie.

Voorbeelden: de maatschappelijke stage, de voorbe­reiding op ‘studie en beroep’ en de omgang met zorgleerlingen. De op­dracht rolt vervolgens van boven naar beneden en het aan stokken geslagen geldbedrag belandt uiteindelijk op het bureau van de schoolleider. Die delegeert de taak aan een nieuw te be­noemen functionaris. Een leraar le­vert lessen in, gaat collega’s aanstu­ren en vanaf dan schept elk aanbod zijn eigen vraag: het werk komt niet af, de coördinator vraagt een assis­tent. De twintig miljoen subsidie van de minister past perfect in dit pa­troon; de coördinatoren lerarente­kort zijn zich al aan bet warmlopen.

De Hongaars-Britse socioloog Frank Furedi werkt aan een boek over de crisis in bet onderwijs onder de veelzeggende titel Wasted. “Dat slaat op zaken als verspilde tijd, verspeeld talent, verspild geld,” zei bij in Trouw. Scholen komen er volgens hem niet meer aan toe leerlingen intellectueel te prikkelen. In de constatering schuilt de oplossing. Scholen krijgen momenteel budget voor het beant­woorden aan maatschappelijke be­hoeften die buiten hun kerntaak lig­gen. Stop daarmee. Laat orthopeda­gogen kinderen met stoornissen hel­pen, de loopbaan van de docent is zijn eigen verantwoordelijkheid, leraren­opleidingen leiden leraren op en lera­ren geven les. En kijk nou… weg is het lerarentekort.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist

Advertenties

Responses

  1. Ik had het artikel ook vandaag gelezen in het NRC. Twee dingen kwamen wel bij me op:
    – onderwijzen is veel meer dan lesgeven, en maar goed dat er zoveel andere taken en ondersteuning is gekomen;
    – onderwijs is een arbeidsintensieve sector en voorlopig loopt Nederland nog achter als het gaat om investeren in het onderwijs (t.o.v. de OESO-landen, zeg maar de rijkere landen van de wereld).
    Met deze twee punten, begrijp ik niet goed waar Ton van Haperen met dit artikel heen wil. Wel oed dat er duidelijke cijfers bij het verhaal staan.

    • Het Kabinet blijft maar herhalen dat we ons kennisniveau moeten opkrikken maar als het gaat om investeren in het onderwijs moet er opeens druk worden vergaderd en zijn partijstandpunten (lees kiezersaantallen) van groter belang. In die lijn vind ik het ook opmerkelijk dat studenten maar 4 jaar studiebeurs krijgen terwijl het kabinet het ozo belangrijk vindt dat studenten zich maatschappelijk inzetten tijdens hun studie.

  2. Tsja… ik ben het grotendeels met van Haperen eens, maar hij gaat wel erg gemakkelijk voorbij aan de maatschappelijke opdracht die een school volgens mij toch écht heeft. Leerlingen brengen een groot deel van hun tijd door binnen de muren van een school. Dan kun je je niet beperken, als onderwijsinstelling, tot het louter ‘geven van lessen’.

  3. Al jaren kost mijn baan mij 20% meer (niet les gebonden) tijd, die ik met liefde gaf. Na nu, met duizend mooie woorden) bot aan de kant te zijn gezet ben ik best verbitterd.
    Van Haperen gaf me het gevoel: het onderwijs wordt een politieke instelling. Dat kan toch niet goed zijn? Nooit gedacht dat milieuactivisten, antiglobalisten en feministen misschien wel navolging krijgen van een docentengroeping. Ik zie al een spandoek voor me: ‘geen slaaf van eigen school’.
    Of zou het zo ver niet komen?

  4. Om even heel kort door de bocht: de tijd die ouders niet meer aan hun kinderen kunnen of willen besteden komt voor rekening van de school en zijn docenten.
    Ik merk dat leerlingen vaak snakken naar een beetje persoonlijke aandacht, die vaak niets met het vak te maken heeft.
    Zoals Michel al zei, je kan niet voorbij gaan aan de maatschappelijke opdracht die een school heeft.
    De vraag is alleen: hoe ver moet en kan die maatschappelijke opdracht gaan?
    In dit licht vind ik de opmerkingen over arbeidsproduktiviteit het artikel haast beledigend voor al die docenten die naast hun vak de tijd vrijmaken om leerlingen te helpen hun plek in deze (steeds veeleisender) maatschappij te vinden.

  5. Volgens mij is er iets mis gegaan met mijn eerder geposte reactie.

    Even opnieuw dus:

    Even kort door de bocht: ouders kunnen of willen steeds minder tijd besteden aan de opvoeding van hun kinderen. Dit komt voor rekening van de school en zijn docenten.
    Ik merk zelf steeds vaker dat leerlingen snakken naar persoonlijke aandacht van een volwassene.

    Ik ergerde me een beetje aan de opmerking over arbeidsproductiviteit. Michel heeft een heel sterk punt als hij het heeft over de maatschappelijke opdracht die een school heeft. Ik denk dat het belangrijk is dat een docent zijn leerlingen ook ondersteund in deze steeds veeleisender wordende maatschappij.

    • Ik had laatst een paar bezoekers op school om te praten over bedrijfsbezoeken. De bezoekers bleken allemaal pappa’s en mamma’s te zijn. Zo halverwege het gesprek liet men zich ontvallen dat ze toch wel vonden dat de school verantwoordelijk was voor een belangrijk deel van de opvoeding. Pardon? Wat zegt u? En in welke mate? En voor welk deel van de opvoeding? De discussie dreigde helemaal de verkeerde kant op te gaan. Snel werd weer terug gevallen op het gespreksonderwerp: een bedrijfsbezoek. Misschien maar goed ook want een aantal docenten stond op ontploffen……

      • Zo herkenbaar! Waar komt dit toch vandaan? Het blijft tussen ouders en docenten een lastige discussie. Het afschuiven van verantwoordelijkheid wat betreft de opvoeding stoort mij vreselijk en dan druk ik me nog zwak uit! Maar wel als eerste boos op de stoep staan als zoon- of dochterlief een uur na mag komen vanwege zijn of haar gedrag…

        Affijn, ik moet het zelf nog maar eens beter gaan doen. Ik heb misschien makkelijk praten, nog geen kinderen…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: