Gepost door: janvanrenesse | 07/07/2009

In de media ….

NRCNext 7 juli 2009

Leerlingen kijken niet meer op tegen leerkrachten.

Wat we nodig hebben zijn meesters met gedegen vakkennis en een enorme behoefte die over te dragen.

Bron: NRCNext 7 juli 2009.

Waarom vertrouwen we het basison­derwijs toe aan de zwakste HAVO leer­lingen? Want vergis je niet: het zijn meestal de minder getalenteerde leer­lingen die ‘maar’ de pabo gaan doen. Dat is met de toegenomen scholings­graad van de bevolking eigenlijk on­toelaatbaar. De klachten over hun on­kunde, onwil en onbenul zijn legio. Alle reparatiecursussen voor rekenen en spelling kunnen het lage in­stroomniveau niet goedmaken.

Het gaat niet alleen om specifieke vakkennis. Een leraar, ook in het ba­sisonderwijs, dient over een brede al­gemene ontwikkeling te beschikken. Hiervoor is een ‘academische’ attitu­de nodig. Leerlingen van de basis­school, die van thuis meer meekrij­gen dan ooit, merken dat het daaraan ernstig schort. Laatst hoorde ik een meisje zeggen: “Mijn juf is zo dom.” Dat is een gruwelijke uitspraak. Wat kan men verwachten van onderwijs waarin de leerling niet meer tegen de leerkracht opkijkt?      

De onderwijzers die wij in de oude school meemaakten, waren echte meesters. Door hun brede kennis boe­zemden zij ontzag in. Zij hadden dan ook niet de Pedagogische Academie doorlopen, maar de Kweekschool, een instituut dat toen nog als universiteit van het volk fungeerde. De Theo Thijssens die daarheen gingen, had­den een onblusbare drang naar ken­nis en een enorme behoefte om die kennis over te dragen. Na 55 jaar her­inner ik mij nog letterlijk lessen van mijn onderwijzers aan een Haagse volksschool. Mijn studenten en gym­nasiasten horen nog weleens: “Mijn meester Tabbers zei altijd…”.

Hoe krijgen we die meesters Tab­bers en Thijssen weer terug? De Uni­versiteit van Utrecht is vorig jaar be­gonnen met een academische oplei­ding voor basisschoolleraar. De uni­versiteit moet het academisch gehalte inbrengen, de plaatselijke Pabo zorgt voor de praktijkopleiding. Met dit model wordt voldaan aan een voor­waarde voor niveauverhoging, name­lijk een hoger instroomniveau. En zo zijn vwo-meisjes binnengehaald. Maar al na een jaar haken ze af.

Het universitaire onderwijs dat de aspirant-onderwijzers wordt voorge­zet, bestaat uit onderwijskunde. Met alle respect, maar dat is nu net niet het vak dat een basisschoolleraar de ver­eiste brede ontwikkeling geeft. Te voorzien is bovendien dat degenen die dit traject toch afmaken, zullen opte­ren voor beleidsfuncties en manage­ment. En de onderwijssector heeft al zoveel stuurlui aan de wal staan.      

Jaloers op het initiatief van Utrecht beginnen de VU en de universiteiten van Leiden en Nijmegen ook met een onderwijzersopleiding. Sommige willen het accent meer op pedagogie leggen. Alsof dat het euvel verhelpt. Het lijkt er meer om te gaan kwijnen­de studierichtingen uit het slop te helpen dan het basisonderwijs een dienst te bewijzen. Wat de basis­school nodig heeft, zijn mensen die een solide vak gestudeerd hebben dat hem/haar een relevante ontwikkeling en kennisdrang bijbrengt. Neder­lands, geschiedenis, sociale geografie, natuurkunde, biologie, bijna alle ech­te vakstudies zijn geschikt. Desnoods doet men als major een bundelvak zo­als cultuurwetenschappen. In de bij­vakken of minors kan de aankomen­de onderwijzer dan wat aan onder­wijskunde en pedagogie doen. Pas als de studie basisschoolleraar academi­sche postuur krijgt, wordt zij een uit­daging voor vwo’ers. Misschien ko­men er dan ook vwo-jongens, de na­zaten van meester Tabbers.

Dr. Anton J.L. van Hooff leidde aan de Universiteit van Nijmegen leraren klassie­ke talen op.

Advertenties

Responses

  1. De meesters Tabbers en Thijssen komen nooit meer terug. En weet je waarom niet? Omdat in deze tijd een kind dat goede normen en waarden wordt meegegeven, niet optimaal kan ontwikkelen in zijn omgeving. En die combinatie is nodig om zo een leerkracht te worden!
    Volgens mij heeft het niets met de vooropleiding van potentiële meesters en juffen te maken.
    Want neem me niet kwalijk, het moet nu toch eens ophouden met vingers wijzen naar de leerkracht. Noem het probleem ook van de andere kant: het schort aan menig kind! Met het meeste geduld, de liefdevolste aanpak en terdege eigen kennis lukt het menigeen niet elk kind ‘op niveau’ te krijgen.
    En geloof me, mijn leerlingen vinden mij ‘kapot slim’ (daar is maar weinig aftroeven voor nodig) en krijgen naast kennis behoorlijk wat opvoeding van me mee, toch loop ook ik tegen brutale monden en ‘borden voor de kop’ aan. En wat blijkt bij contact naar de ouder: men weet thuis niet wat te doen en heeft het maar opgegeven.
    Maar het is goed kritisch te blijven, wensen uit te spreken en beter nog tot daden over te gaan. En dan helpen alle kleine beetjes, dus wens ik iedere initiatiefnemer veel succes.

    • Ik hou er ook wel van om de zaken op scherp te zetten. Ben het met je eens, uit eigen ervaring, dat het thuisfront soms geen grip meer heeft op de ontwikkeling van hun kind(eren). Sterker nog, vaak leggen de ouders een groot deel van de opvoeding neer bij nde docent alsof het de normaalste zaak van de werled is. Dan hebben zij de handen vrij voor eigen werk, hobbies, sporten, enz. Als je het artikel doortrekt wil ik op persoonlijke titel nog wel aan toevoegen dat alle docenten zonder enige werkervaring buiten het onderwijswereldje geen goede docenten zijn. Hoe kan een economieleraar, zonder werkervaring in het veld, het vak economie geven? Dan kan hij alleen maar herhalen wat in zijn boekje staat. Veel te beperkt toch? Dus na een onderwijskundige opleiding eerst buiten het onderwijs aan de slag.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: